Print-vriendelijke versiePDF versie

Tekst Grootte

+A -A

Onderzoeken tijdens de zwangerschap

Nekplooi meting (tussen 11 en 14 weken)

De nekplooi meting is een echografisch onderzoek van de foetus, waarbij de dikte van de nekplooi wordt gemeten. De plooi die op de echo wordt gezien, is niet een echte plooi in de huid, maar een tijdelijke ophoping van vocht onder de huid. Deze kan bij elke foetus worden aangetoond. Een verdikte nekplooi (meer dan 2,5 mm) op de echo kan duiden op een chromosoomafwijking, waarvan het syndroom van Down de meest voorkomende is. Ook kan er sprake zijn van een hartafwijking. De nekplooi meting heeft een gevoeligheid van 70% (van de 100 baby's met Down syndroom zal de nekplooi meting er 70 opsporen en 30 missen).

NIPT test

De NIPT is een screeningstest voor syndroom van Down (trisomie 21), trisomie 13 en 18. Tijdens de
zwangerschap circuleren er DNA fragmenten van de baby in het bloed van de moeder. Door een
bloedafname bij de moeder kan vanaf 11 weken een aantal DNA fragmenten gemeten worden. De
NIPT bepaalt of er een extra kopie van chromosoom 21, 13 of 18 bij de baby aanwezig is. Via deze
test kan u ook het geslacht van de baby te weten komen. NIPT heeft een gevoeligheid van bijna 100%
voor detectie van trisomie 21, 13 en 18. De NIPT test is in minder dan 1% vals positief. Dit wil zeggen
dat dat de test aangeeft dat de baby trisomie heeft, terwijl dit niet zo is. Daarom wordt een afwijkende
NIPT steeds gevolgd door een invasieve test (vlokkentest of vruchtwaterpunctie).

 

Deze bloedafname doen we op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag. Na 1 week ontvangt u
het resultaat per brief. U kan het resultaat ook online raadplegen via www.mynexuzhealth.be.

 

De NIPT test wordt terugbetaald door het ziekenfonds (remgeld €8,68).

Expertise echografie

  • Echografie tijdens de zwangerschap bij patiënten met hoog risico op verwikkelingen
  • Gynaecologische echografie bij diagnose van complexe pathologie

Suikertest (glucose challenge test)

Deze test doet u tussen 24 en 28 weken zwangerschap om vroegtijdig zwangerschapssuikerziekte op te sporen.
U moet hiervoor 50 g suikerwater drinken. Eén uur later wordt bloed afgenomen om het suikergehalte in uw bloed te bepalen.
U moet niet nuchter zijn voor deze test. U mag dus drinken en eten voor de test.
Indien het suikergehalte in uw bloed 130 mg/dl of hoger is, heeft u mogelijk zwangerschapssuikerziekte.

U wordt dan uitgenodigd voor een uitgebreide test (OGTT of Orale Glucose Tolerantie Test).
Voor de OGTT dient u wel nuchter te zijn. Er wordt een nuchtere bloedafname verricht, vervolgens drinkt u 75g suikerwater en wordt het suikergehalte bepaald na één uur en twee uur. Indien er een of meerder waarden gestoord zijn, heeft u zwangerschapssuikerziekte..

GBS screening

Bij alle zwangere vrouwen wordt rond 35-37 weken zwangerschap een wisser van de vagina en de anus genomen om de aanwezigheid van Groep B Streptokokken (GBS) op te sporen (aanwezig bij een op vijf vrouwen).

Deze bacterie geeft geen klachten bij de moeder, maar kan tijdens de bevalling na het breken van de vliezen uw baby besmetten en ziek maken. Indien deze wisser GBS aantoont, zal u tijdens de bevalling een infuus met antibiotica krijgen om infectie van de baby te voorkomen.

Amniocentese of vruchtwaterpunctie

Een amniocentese of vruchtwaterpunctie kan vanaf 15 weken zwangerschapsduur worden uitgevoerd. Een vruchtwaterpunctie is een invasief onderzoek. Het wordt gebruikt voor de prenatale diagnose van foetale infecties, erfelijke of aangeboren afwijkingen. Bij deze test is er een klein risico op een miskraam, namelijk 0.3%.

Belangrijk te weten is dat voor foetale infecties een vruchtwaterpunctie pas later kan gebeuren. Bij een vroege infectie met toxoplasmose kan een punctie pas vanaf 18 weken gebeuren, voor een vroege CMV infectie kan dit zelfs pas vanaf 21 weken gezien de test gevoeliger is vanaf deze zwangerschapstermijn.

 

Werkwijze

Eerst wordt er een echografie uitgevoerd voor de ligging van de baby en de moederkoek. Vervolgens wordt er een veilige locatie gekozen om met een dunne naald doorheen de buikwand in de baarmoeder terecht te komen. Hierna wordt er 15-20 ml vruchtwater opgezogen. Dit is slechts 10-15% van de totale hoeveelheid vruchtwater. De baby kan deze hoeveelheid snel terug zelf aanmaken. Na de procedure wordt er opnieuw een echografie uitgevoerd.

Deze procedure is weinig pijnlijk.

In het vruchtwater zijn cellen aanwezig van de foetus die kunnen onderzocht worden in een genetisch laboratorium.

De resultaten van de test zijn gekend na 1-2 weken. 

Uitwendige Kering

Het draaien van de baby van stuitligging naar hoofdligging door middel van uitwendige manipulatie op de buik. Dit onderzoek wordt best rond 36 weken zwangerschap uitgevoerd en heeft 50% kans op slagen.

Deze procedure wordt uitgevoerd op de verloskamer. Bij aankomst op de verloskamer zal een echografie gebeuren ter controle van de foetale positie en zal er een bloedafname worden verricht voor foetale cellen. Een monitor/CTG zal gebeuren ter nazicht van de harttonen van de baby en eventuele contracties van de baarmoeder. Vervolgens zal een inspuiting (tractocile) gegeven worden, welke de baarmoeder zal doen ontspannen.

Hierna zal de gynaecoloog via uitwendige manipulaties de baby van stuitligging naar hoofdligging proberen te draaien.

Na de kering zal er opnieuw een monitor en bloedafname voor foetale cellen gebeuren. De bloedafname wordt verricht om na te gaan of er foetaal bloed in de circulatie van de moeder is terecht gekomen.

Indien de kering is geslaagd, mag u vervolgens naar huis. Wanneer de kering niet gelukt is, zal een datum voor een keizersnede worden afgesproken.

 

webdesign: joumani.be