Print-vriendelijke versiePDF versie

Tekst Grootte

+A -A

Onderzoeken tijdens de zwangerschap

Nekplooi meting (tussen 11 en 14 weken)

De nekplooi meting is een echografisch onderzoek van de foetus, waarbij de dikte van de nekplooi wordt gemeten. De plooi die op de echo wordt gezien, is niet een echte plooi in de huid, maar een tijdelijke ophoping van vocht onder de huid. Deze kan bij elke foetus worden aangetoond. Een verdikte nekplooi (meer dan 2,5 mm) op de echo kan duiden op een chromosoomafwijking, waarvan het syndroom van Down de meest voorkomende is. Ook kan er sprake zijn van een hartafwijking. De nekplooi meting heeft een gevoeligheid van 70% (van de 100 baby's met Down syndroom zal de nekplooi meting er 70 opsporen en 30 missen).

Eerste trimester combinatie test

De nek plooimeting kan gecombineerd worden met een bloedonderzoek waarbij twee hormonen worden bepaald: β-hCG en PPAP-A. In geval van een chromosomale afwijking wijken deze hormoon-waarden af van de normale waarden. Door combinatie van nek plooimeting met het bloedonderzoek en de leeftijd van de moeder stijgt de gevoeligheid naar 90% (van de 100 baby's met Down syndroom zal de eerste trimester screening er 90 opsporen en 10 missen). In 3% is de eerste trimester screening vals positief. Dit wil zeggen dat wanneer 100 vrouwen deze test doen, er aan 3 vrouwen een verhoogd risico zal worden gegeven, terwijl de baby geen Down syndroom heeft.

De vroedvrouwen van de raadpleging zullen u na 1 week bellen om het resultaat van deze test te bespreken.

De eerste trimester screening wordt door het ziekenfonds grotendeels terugbetaald.

NIPT test

Tijdens de zwangerschap circuleren er DNA fragmenten van de baby in het bloed van de moeder. Door een bloedafname vanaf 11 weken bij de moeder kan door meting van het aantal DNA fragmenten van de baby, de aanwezigheid van Down syndroom bij de baby worden opgespoord.

NIPT heeft een gevoeligheid van meer dan 99%: van de 100 baby's met Down syndroom zal de test er minimum 99 opsporen en maximum 1 missen.

De NIPT test is in minder dan 1% vals positief. Dit wil zeggen dat wanneer 100 vrouwen deze test doen, er aan minder dan 1 vrouw een verhoogd risico zal worden gegeven, terwijl de baby geen Down syndroom heeft.

Deze bloedafname wordt verricht op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag.

Het resultaat is gekend na 2 weken. De NIPT test wordt maar door enkele ziekenfondsen terugbetaald. (indien geen terugbetaling kost de NIPT test €290)

Deze testen zijn enkel een kansberekening. Indien uit deze testen blijkt dat er een verhoogd risico is op een chromosomale afwijking (risico hoger dan 1/250), kan verder onderzoek door middel van een vruchtwaterpunctie of een vlokkentest overwogen worden (met een risico 1/200 op een miskraam).

 

Nieuws:
Niet-Invasieve Prenatale Test (NIPT) terugbetaald vanaf 01-07-2017 Lees meer >>

Expertise echografie

  • Echografie tijdens de zwangerschap bij patiënten met hoog risico op verwikkelingen
  • Gynaecologische echografie bij diagnose van complexe pathologie

Suikertest (glucose challenge test)

Deze test wordt uitgevoerd tussen 24 en 28 weken zwangerschap om vroegtijdig

zwangerschapssuikerziekte op te sporen. U moet hiervoor 50 g suikerwater drinken. Een uur later wordt bloed afgenomen om het suikergehalte in uw bloed te bepalen. U moet niet nuchter zijn voor deze test. Indien het suikergehalte in uw bloed 140 mg/dl of hoger is, heeft u mogelijk zwangerschapssuikerziekte. U wordt dan uitgenodigd voor een uitgebreide test (OGTT of Orale Glucose Tolerantie Test).

Voor de OGTT dient u wel nuchter te zijn. Er wordt een nuchtere bloedafname verricht, vervolgens drinkt u 100 g suikerwater en wordt het suikergehalte bepaald na een uur, twee uur en drie uur. Indien twee of meer waarden gestoord zijn, heeft u zwangerschapssuikerziekte.

GBS screening

Bij alle zwangere vrouwen wordt rond 35-37 weken zwangerschap een wisser van de vagina en de anus genomen om de aanwezigheid van Groep B Streptokokken (GBS) op te sporen (aanwezig bij een op vijf vrouwen).

Deze bacterie geeft geen klachten bij de moeder, maar kan tijdens de bevalling na het breken van de vliezen uw baby besmetten en ziek maken. Indien deze wisser GBS aantoont, zal u tijdens de bevalling een infuus met antibiotica krijgen om infectie van de baby te voorkomen.

Amniocentese of vruchtwaterpunctie

Een amniocentese of vruchtwaterpunctie kan vanaf 15 weken zwangerschapsduur worden uitgevoerd. Een vruchtwaterpunctie is een invasief onderzoek. Het wordt gebruikt voor de prenatale diagnose van foetale infecties, erfelijke of aangeboren afwijkingen. Bij deze test is er een klein risico op een miskraam, namelijk 0.3%.

Belangrijk te weten is dat voor foetale infecties een vruchtwaterpunctie pas later kan gebeuren. Bij een vroege infectie met toxoplasmose kan een punctie pas vanaf 18 weken gebeuren, voor een vroege CMV infectie kan dit zelfs pas vanaf 21 weken gezien de test gevoeliger is vanaf deze zwangerschapstermijn.

 

Werkwijze

Eerst wordt er een echografie uitgevoerd voor de ligging van de baby en de moederkoek. Vervolgens wordt er een veilige locatie gekozen om met een dunne naald doorheen de buikwand in de baarmoeder terecht te komen. Hierna wordt er 15-20 ml vruchtwater opgezogen. Dit is slechts 10-15% van de totale hoeveelheid vruchtwater. De baby kan deze hoeveelheid snel terug zelf aanmaken. Na de procedure wordt er opnieuw een echografie uitgevoerd.

Deze procedure is weinig pijnlijk.

In het vruchtwater zijn cellen aanwezig van de foetus die kunnen onderzocht worden in een genetisch laboratorium.

De resultaten van de test zijn gekend na 1-2 weken. 

Uitwendige Kering

Het draaien van de baby van stuitligging naar hoofdligging door middel van uitwendige manipulatie op de buik. Dit onderzoek wordt best rond 36 weken zwangerschap uitgevoerd en heeft 50% kans op slagen.

Deze procedure wordt uitgevoerd op de verloskamer. Bij aankomst op de verloskamer zal een echografie gebeuren ter controle van de foetale positie en zal er een bloedafname worden verricht voor foetale cellen. Een monitor/CTG zal gebeuren ter nazicht van de harttonen van de baby en eventuele contracties van de baarmoeder. Vervolgens zal een inspuiting (tractocile) gegeven worden, welke de baarmoeder zal doen ontspannen.

Hierna zal de gynaecoloog via uitwendige manipulaties de baby van stuitligging naar hoofdligging proberen te draaien.

Na de kering zal er opnieuw een monitor en bloedafname voor foetale cellen gebeuren. De bloedafname wordt verricht om na te gaan of er foetaal bloed in de circulatie van de moeder is terecht gekomen.

Indien de kering is geslaagd, mag u vervolgens naar huis. Wanneer de kering niet gelukt is, zal een datum voor een keizersnede worden afgesproken.

 

webdesign: joumani.be