Print-vriendelijke versiePDF versie

Tekst Grootte

+A -A

Diagnosestelling urine incontinentie

Wij doen uitgebreid onderzoek bij vrouwen met urine incontinentie. Uit ervaring weten wij dat het achterhalen van de oorzaak van urineverlies een belangrijke stap is in de behandeling. Uitgebreid onderzoek betekent ook dat wij naast het lichamelijk onderzoek ruim de tijd nemen om uw klachten te bespreken.

  • Mictiedagboek
    Bij deze klachten doen wij onderzoek, onder andere naar het functioneren van de blaas. Mogelijks  wordt gevraagd een plasdagboek bij te houden. Dit geeft belangrijke informatie over de blaasinhoud, hoeveel en hoe frequent u plast en over het urineverlies dat u eventueel heeft. Ook de vochtinname over 24h wordt hierbij nagegaan.
  • Uroflowmetrie
    Tijdens het eerste bezoek wordt de blaasfunctie getest. Dit gebeurt door u op een speciaal toilet te laten plassen, waarbij de straal kan worden gemeten (flowmetrie). De urine wordt nagekeken om een eventuele blaasontsteking uit te sluiten. Ook wordt standaard een gynaecologisch onderzoek verricht om te kijken of er sprake is van een verzakking of dat er eventuele afwijkingen aan de baarmoeder en eierstokken zijn en wordt de kracht van uw bekkenbodemspieren gemeten.
  • Urodynamisch onderzoek
    Soms wordt er een nieuwe afspraak gemaakt voor een urodynamisch onderzoek. Dit is een onderzoek waarbij de functie van de blaasspier wordt nagekeken. Via een dun slangetje (katheter) in de urinebuis wordt de blaas geleidelijk aan gevuld met vocht en kunnen metingen worden uitgevoerd. Bij hoesten of uitplassen krijgt de arts informatie over de blaasspier, de werking van de bekkenbodem en de mate van urineverlies.
  • Cystocopie
    Een cystoscopie is een inwendig onderzoek van de plasbuis en de blaas. Dit onderzoek wordt uitgevoerd met een cystoscoop, een dunne holle buis gevuld met glasvezels of een lenzensysteem, die aangesloten is op een lichtbron. Via een lens op het uiteinde van de cystoscoop kan de specialist in de plasbuis en de blaas kijken. Er kan langs deze weg eventueel urine afgenomen worden voor verdere analyse.

Diagnosestelling vaginale verzakking

Het vaststellen van het type en de mate van verzakking is een belangrijke stap in het behandeltraject. Dit begint bij het eerste gesprek dat u heeft met één van onze artsen. Op basis van uw verhaal en een anamnese kan de arts besluiten dat er een aantal onderzoeken plaats moeten vinden.

  • Gynaecologisch onderzoek
    Om de oorzaak van uw klachten te achterhalen zal de arts een inwendig onderzoek doen en met behulp van een speculum kan de aard en de omvang van een vaginale verzakking worden nagaan. Tevens zal er tijdens het onderzoek gevraagd worden om te persen zodat de verzakking op dat moment toeneemt en er goed ingeschat kan worden hoe groot de verzakking is. 

  • Functie van de blaas – urodynamisch onderzoek
    Bij vermoeden van een blaasverzakking kan het nodig zijn om een onderzoek naar het functioneren van de blaas uit te voeren.  Bij een urodynamisch onderzoek wordt de blaas via een dun slangetje (katheter) geleidelijk aan gevuld waarna verschillende metingen worden uitgevoerd. Bij hoesten of uitplassen krijgt de arts informatie over de blaasspier, de werking van de bekkenbodem en de mate van urineverlies.
    Eventueel vindt een urineonderzoek plaats om een urineweginfectie uit te sluiten. Mogelijks  wordt gevraagd een plasdagboek bij te houden. Dit geeft belangrijke informatie over de blaasinhoud, hoeveel en hoe frequent u plast en over het urineverlies dat u eventueel heeft. Ook de vochtinname over 24h wordt hierbij nagegaan.

  • RX colpocystodefecografie
    Soms zal de arts u verwijzen om een röntgenfoto te maken van dikke en/of de dunne darm en eventueel ook van de blaas en de vagina met behulp van contrastmiddel. Bij een defecografie wordt alleen de endeldarm onderzocht; bij een colpocystodefecografie worden naast de endeldarm ook de blaas en de vagina onderzocht. Hierbij wordt er ook via een blaassonde een jodiumhoudend contrastmiddel in de blaas en via een canule bariumcontrastmiddel in de vagina gebracht. Er worden röntgenfoto’s genomen in rust, bij het hard dichtknijpen van de bilspieren en bij het persen. Vervolgens gaat u op een toiletstoel zitten en worden er foto’s genomen terwijl u stoelgang maakt.

Diagnosestelling fecale incontinentie

Als een patiënt zich met fecale incontinentie aanmeldt, voert de arts eerst een lichamelijk onderzoek uit. Daarnaast bestaan er verschillende onderzoekstechnieken om het probleem preciezer in kaart te brengen.
De arts kan, hij kan een echografie van de sluitspier en de bekkenbodem maken of hij kan een neurologisch onderzoek uitvoeren, waarbij eventuele afwijkingen in de bezenuwing worden opgespoord.

Anala manometrie
Bij een anale manometrie wordt de druk in de anus en het laatste stukje van de endeldarm gemeten. Hierdoor kan de arts de functie van de sluitspier controleren. De arts meet de druk en de knijpkracht van de sluitspier door een ballonnetje op te blazen in het laatste stukje van de endeldarm. Dit ballonnetje is door middel van een slangetje verbonden aan meetapparatuur. 

Rectale echo endoscopie
De rectale echo-endoscopie combineert de endoscopie met een echografie en doet eigenlijk een echografie van binnenuit.  Met behulp van dit onderzoek kan nagegaan worden of er beschadigingen zijn aan het anaal kanaal, de binnenste en/of buitenste sluitspier.

RX colopocystodefecografie
Soms zal de arts u verwijzen om een röntgenfoto te maken van dikke en/of de dunne darm en eventueel ook van de blaas en de vagina met behulp van contrastmiddel. Bij een defecografie wordt alleen de endeldarm onderzocht, bij een colpocystodefecografie worden naast de endeldarm ook de blaas en de vagina onderzocht. Hierbij wordt er ook via een blaassonde een jodiumhoudend contrastmiddel in de blaas en via een canule bariumcontrastmiddel in de vagina gebracht. Er worden röntgenfoto’s genomen in rust, bij het hard dichtknijpen van de bilspieren en bij het persen. Vervolgens gaat u op een toiletstoel zitten en worden er foto’s genomen terwijl u stoelgang maakt.

Diagnosestelling moeizame stoelgang

Als het onderzoek en de behandeling bij uw huisarts onvoldoende uitkomst heeft geboden, dan kan uw huisarts u doorverwijzen naar de specialist. Bij deze klachten kijken wij in eerste instantie naar uw voedingspatroon, leefgewoonten en stoelgangspatroon. Naast een uitgebreid klinisch onderzoek  stellen we zo nodig enkele aanvullende technische onderzoeken voor naar het functioneren van de sluitspier en de endeldarm. 

Anale manometrie
Bij een anale manometrie wordt de druk in de anus en het laatste stukje van de endeldarm gemeten. Hierdoor kan de arts de functie van de sluitspier controleren. De arts meet de druk en de knijpkracht van de sluitspier door een ballonnetje op te blazen in het laatste stukje van de endeldarm. Dit ballonnetje is door middel van een slangetje verbonden aan meetapparatuur. Dit onderzoek is niet pijnlijk.

Rectale echo endoscopie
De rectale echo-endoscopie combineert de endoscopie met een echografie en doet eigenlijk een echografie van binnenuit.  Met behulp van dit onderzoek kan nagegaan worden of er beschadigingen zijn aan het anaal kanaal, de binnenste en/of buitenste sluitspier.

RX colopocystodefecografie
Soms zal de arts u verwijzen om een röntgenfoto te maken van dikke en/of de dunne darm en eventueel ook van de blaas en de vagina met behulp van contrastmiddel. Bij een defecografie wordt alleen de endeldarm onderzocht; bij een colpocystodefecografie worden naast de endeldarm ook de blaas en de vagina onderzocht. Hierbij wordt er ook via een blaassonde een jodiumhoudend contrastmiddel in de blaas en via een canule bariumcontrastmiddel in de vagina gebracht. Er worden röntgenfoto’s genomen in rust, bij het hard dichtknijpen van de bilspieren en bij het persen. Vervolgens gaat u op een toiletstoel zitten en worden er foto’s genomen terwijl u stoelgang maakt.

 

webdesign: joumani.be

Comments